Het werk van Fröbelvoorkleinetekenaars.jpg

Bosbouwer (1797)
Op vijftienjarige leeftijd ging Friedrich in de leer bij een bosbouwer in Neuhaus. Hij was van plan om bosbouwer en landmeter worden. Veel leerde de jongen niet, maar de interesse voor de natuur was verdiept en hij wilde natuurwetenschappen studeren.

Studerende aan de universiteit (1799 – 1801)
Korte tijd verbleef hij bij zijn broer Traugott aan de universiteit van Jena. Hij studeerde daar algebra, meetkunde, natuurkunde, scheikunde en mineralogie. Zijn studies betaalde hij met de erfenis van zijn moeder. Echter miste Fröbel de noodzakelijke voorbereiding en de nodige begeleiding om de studies met succes te kunnen voltooien.

Boekhouder en secretaris (1801 – 1805)
Fröbel was werkzaam als boekhouder en secretaris. In die tijd ontwaakte bij hem de interesse voor architectuur.



Grob_b520x370.jpg
Fröbel, Schoolmeester

Studie bouwkunde (1805)
Hij vertrok naar Frankfurt om daar vervolgens bouwkunde te gaan studeren. Maar ook dat was van korte duur. Op een bijeenkomst met een groep leraren die zich rond Gottlieb Anton Gruner hadden geschaard, werd Fröbel aangesproken om te gaan lesgeven in Gruners school. Gruner was een leerling van Pestalozzi en had in Frankfurt een "modelschool" geopend naar het voorbeeld van wat Pestalozzi in Yverdon deed. In een nogal geanimeerd gesprek, aldus Fröbel in zijn dagboeknotities, zou Gruner uitgeroepen hebben:

"Was da, Fröbel, Schulmeister müssen sie werden!" En Fröbel noteert verder: "So war ich nun erwählter und bald wirklicher, tätiger Lehrer an der Musterschule in Frankfurt."


Leraar aan Gruners school en in de leer bij Pestalozzi (1805)
Fröbel werd leraar aan de school van Gruner. Hij gaf rekenen, Duits, tekenen en aardrijkskunde, uitgaande van de exploratie en de observatie van het milieu. Hij voelde zich onvoldoende pedagogisch onderlegd en vertrok naar Yverdon om bij Pestalozzi te leren hoe men moest onderwijzen. Niet langer dan één jaar bleef bleef Fröbel werkzaam in de school van Gruner.
Hij ging dus in de leer bij Pestalozzi en heeft toen zijn pedagogische roeping ontdekt. Hij werd getroffen door het klassikaal onderwijssysteem, maar ook door het werken met wat wij tegenwoordig niveaugroepen noemen. In elke jaarklas werd op hetzelfde uur rekenen en taal gegeven. De leerlingen wisselden van klasgroep naargelang van hun ontwikkelingsniveau.

Huisleraar (1806)
Fröbel wilde graag een combinatie van opvoeding en onderwijs. Fröbel werd huisleraar bij de familie von Holzhausen in Frankfurt. Hij liet de kinderen in de tuin werken, zaaien, planten en oogsten. In de winter liet hij hen papier vouwen en werken met karton en hout. Hij trok met zijn leerlingen naar Yverdon, mede om zichzelf te verdiepen in de methode van Pestalozzi.

Studerende om de wetten van de opvoeding wetenschappelijk te doorgronden (1811)
Fröbel wilde het opvoedingssysteem van Pestalozzi meer wetenschappelijk funderen. Volgens hem moest het mogelijk zijn de wetten van de opvoeding wetenschappelijk te doorgronden. Die wetten konden volgens hem parallel lopen met de wetten van de natuur. Het was daarom in eerste instantie noodzakelijk de wetten te kennen die heersten in de wereld van de natuur. De studie van de natuur- en scheikunde, maar vooral ook van de mineralogie, leken hem onontbeerlijk. De steeds intiemer wordende relatie met de vrouw des huizes van familie von Holzhausen stelde hem voor een verscheurende maar noodzakelijke keuze. Fröbel verliet Frankfurt en liet de familie von Holzhausen achter zich. Hij ging opnieuw studeren en ditmaal aan de universiteit van Göttingen, een jaar nadien ging hij in Berlijn studeren. Hiernaast volgde hij filosofie bij Fichte en Schleiermacher.



Vrijheidsstrijder (1813)
leipzig.jpgIntussen speelden zich op het politieke vlak ingrijpende veranderingen af. Napoleon had grotendeels Europa veroverd en heeft onder meer de helft van Pruisen onder zijn bewind gebracht. De bittere aftocht van Napoleon uit Moskou naar Parijs in 1813 gaf de geallieerden, waaronder Pruisen, een reden om de strijd aan te vatten tegen de Franse bezetter. De keizer van Pruisen riep zijn onderdanen op tot het leger toe te treden. Fröbel meldde zich als kandidaat voor de vrijheidsstrijd. Veel moest er niet gestreden worden, de veldslag bij Leipzig duurde uitgerekend vier dagen. Maar Fröbel was met zichzelf in het reine. "Wie dacht aan een toekomstig opvoeder beroep, had de plicht zijn vaderland te verdedigen", aldus Fröbel. "Hoe zou ik later opvoeder kunnen zijn en de kinderen in de ogen kunnen kijken, als ik niet naar de oorlog was getrokken. Als ik niet ging, kon ik het opvoeder beroep wel vergeten" schreef hij.

Assistent in de mineralogie (1813)
Na de oorlog trok Fröbel weer naar Berlijn, hij nam er een betrekking als assistent in de mineralogie aan. De werkzaamheden bevredigden hem maar matig. Hij voelde zich meer en meer aangetrokken tot pedagogische vragen. Getuige daarvan was zijn interesse voor de lessen van Schleiermacher. Precies rond die tijd gaf Schleiermacher zijn lessen over pedagogische vraagstukken aan de universiteit van Berlijn.

Experiment instituut "Allgemein Deutschen Erziehungsanstalt" (1816)
Het experiment startte Fröbel in Griesheim. Fröbel wilde geen groot instituut, het moest een familie worden. Toch bedacht hij een klinkende naam: "Allgemein Deutschen Erziehungsanstalt". De boezemvrienden van Fröbel, Middendorff en nadien ook Langethal kwamen hem helpen. Omdat Fröbel inGriesheim geen geschikte woning vond, trok Fröbel met zijn leerlingen in juli 1817 naar Keilhau.

Het instituut kende succes. In 1820 waren er twaalf leerlingen, een jaar later twintig en in 1825 steeg het aantal tot 56. Het instituut was op het toppunt van zijn groei gekomen. Aan de opvoeding van kleuters werd niet gedacht. Het betrof lager- en middelbaar onderwijs voor jongens. Aan de school volgden wel enkele meisjes les, maar deze verbleven in het gezin van Fröbels broer Christian.



Begin van Fröbels opvoedingstheorie (1820 – 1823)
Uit deze periode stammen de zogenaamde "Kleine Keilhauer Schriften". Onder andere: "An unser Deutsches Volk" (1820) en "Die Allgemeine Deutsche Erziehungsanstalt in Keilhau" (1822). Zij vormen een begin van Fröbels opvoedingstheorie: waarnemen is de basis van alle onderwijs; excursies en reizen moeten bij het onderwijs zinvol ingeschakeld worden; handenarbeid en tuinwerk maken deel uit van het leerplan en tot slot: de school moet het gezinsmodel benaderen.

COLLECTIE_TROPENMUSEUM_Een_fr÷belschool_van_het_Instituut_der_Zusters_Franciscanessen_TMnr_60054743.jpg
Fröbels instituut
Faillissement van Fröbels instituut
(1824)
Rond 1824 begon er een hetze tegen Fröbels
instituut. Het zou een nest zijn van demagogie
en oproer, een gevaar voor de Pruisische
staat. En alhoewel het instituut een positief
inspectieverslag kreeg, hadden de verdachtmakingen
heel wat ouders ertoe gebracht hun
kinderen van het instituut weg te halen. Voor Fröbel brak
een moeilijke tijd aan. Het instituut stond op
de rand van een faillissement.


"Die Menschenerziehung" (1826)
Uit deze tijd dateert Fröbel zijn hoofdwerk "Die Menschenerziehung". Fröbel had tijd om te schrijven. Eens te meer werd het een verdediging van zijn principes en van het bestaansrecht van de opvoedingsinstelling in Keilhau. Fröbel stelde alles in het werk om praktische oplossingen te vinden, maar zonder veel succes. In een sfeer van crisis, verliet Fröbel Keilhau, hij wilde elders zijn kansen wagen.



Opening Pensionaat (1831)
Fröbel vertrok naar Zwitserland. In Wartensee opende hij een pensionaat, maar de katholieke inwoners van Wartensee maakten hem het leven zuur.

Leiding van weeshuis (1835)
In 1835 nam hij de leiding over van het weeshuis in Burgdorf dat destijds door Pestalozzi werd bestuurd. Meer en meer rijpte bij Fröbel de gedachte dat de voorschoolse opvoeding aangepakt moest worden en daHoffmeister_Wilhelmine_1873-1937.jpgt de moeders meer op hun taak al opvoedster voorbereid moesten worden.

"Erneuung des Lebens fordert das neue Jahr 1836"
Het jaar 1836 was voor Fröbel het keerpunt in zijn leven. "Erneuung des Lebens fordert das neue Jahr 1836" was de titel van een werk dat de ommekeer in Fröbels leven moest weergeven. 1836 moest voor hem wel een bijzonder jaar zijn. Oordeel zelf: Tel alle cijfers van het getal 1836 op en men bekomt de som 18. In Fröbels dialect klonk dit ongeveer zo:

Achtsam. Dit wees volgens hem op een bijzondere boodschap. Telt men de cijfers verder op, dus 8 plus 1 dan bekomt men op 9, oftewel: neun of met wat goede wil neuen, wat wijst op vernieuwen. Verder is 9 ook wel 3 x 3 of treu mal treu of trouw der trouw, wat voor Fröbel zoveel betekende als trouw aan zichzelf.

De onzin die Fröbel uitkraamde behoedde hem er niet voor een nieuwe start te maken. Hij voelde zich gedreven door een soort goddelijke roeping om kinderen, maar vooral ook volwassenen op te voeden en te verbeteren. Omstandigheden dwongen Fröbel naar zijn heimat, Duitsland, terug te keren. Zijn vrouw - in 1818 was hij in Berlijn gehuwd met Wilhelmine Hoffmeister - was ernstig ziek geworden en de dokter raadde haar aan om terug te keren naar Duitsland.



1813530158_46737502d2.jpgOprichting "Geschäftshaus" en uitvinding van speelgaven
In Blankenburg zou Fröbel zijn dromen gaan waar maken. Hij richtte daar een
"Anstalt zur Pflege des Beschäftigungstriebes für Kinder und Jugend"
op. Een "Geschäftshaus", een bezigheidshuis, waar Fröbel zijn
spelmateriaal ontwierp, vervaardigde of liet vervaardigen, testte,
demonstreerde. Tevens leerde men daar hoe er gespeeld moest worden. Hij werd op
het idee gebracht om zijn spelmateriaal, de zogenaamde "Spielgaben" in een
bepaalde volgorde te laten verschijnen.



In 1837 reeds verscheen de eerste speelgaven:

- 1ste speelgave; de bal, Het werden zes gebreide ballen elk in een andere kleur (drie hoofdkleuren en drie mengkleuren). froebel.jpg
- 2de speelgave; de bol, de kubus en de cilinder.
- 3de speelgave; de verdeling van de kubus in acht kleine kubussen.
- 4de speelgave; de kubus verdeeld in acht balken.
- 5de speelgave; de kubus verdeeld in zevenentwintig kubussen.
- 6de speelgave; de kubus verdeeld in zevenentwintig balken.
- 7de speelgave; een doos met achtenveertig vierkante tegeltjes.
- 8ste speelgave; een doos met vierenzestig rechthoekige gelijkbenige driehoeken.
- 9de speelgave; een doos met vierenzestig rechthoekige schuine driehoeken.
- 10de speelgave; een doos met vierenvijftig gelijkzijdige driehoeken.
- 11de speelgave; een doos met vierenvijftig stomphoekige gelijkbenige driehoeken.
- 12de speelgave; latten om te vlechten.
- 13de speelgave; een pak met twaalf stokjes.
- 14de speelgave; een doos met twaalf cirkels en vierentwintig halve cirkels.
- 15de speelgave; draad.
- 16de speelgave; een doos met keitjes en schelpjes.

Fröbel gaf het tijdschrift "Ein Sonntagsblatt für Gleichgesinnte" uit, waarin te lezen was hoe men met de speelgaven moest omgaan. De speelgaven kenden een vrij groot succes. Zo werden er in het jaar 1838, 6556 kubussen gemaakt en in 1844 steeg dat aantal tot 15600. Een aantal vrouwen uit Blankenburg breiden de gekleurde wollen ballen. De "werkbladen" en "handleidingen" werden in Fröbels Geschäftshaus gedrukt. Hiervoor had hij een drukpers aangeschaft.



3300795327_da7815b214_o.jpgStichting van de eerste Fröbelschool, genaamd: "Spiel- und Beschäftigungsanstalt” (1838)Meer en meer liet zich de nood voelen om te zien hoe kinderen met dit spelmateriaal om konden gaan. En de wens bij Fröbel ontstond om een school op te richten waar kinderen met het materiaal konden spelen. Fröbel kreeg van de gemeenteraad van Blankenburg een lokaal ter beschikking waarin de eerste "Fröbelschool" gesticht zou worden. Het werd de "Spiel- und Beschäftigungsanstalt". In datzelfde jaar stierf Fröbels vrouw; het echtpaar was kinderloos gebleven.



Kindergarten (1840)
Fröbel bedacht de naam "Kindergarten".
De Kindergarten is uiteraard de meest in het oog springende realisatie van Fröbel. Alhoewel het Fröbels bedoeling was, aan moeders en jonge vrouwen te leren hoe ze kinderen moesten opvoeden, vormden toch de speelgaven en bezigheden het stramien van het dagelijkse leven in de Kindertuin.



Kindertuiniersters (1842)
Vanaf 1842 gaf Fröbel ook les aan "kindertuiniersters".
Het zou een verkeerd idee zijn te denken dat Fröbel plots en onvoorzien in het wonderjaar 1836 met zijn kleuterpedagogiek en speltheorie voor de dag kwam. In 1828-29, als de reddingsoperatie van Keilhau volop aan de gang was, had Fröbel contact gezocht met de hertog van Schwarzburg-Rudolstadt om een volksschool op te richten. Dat lukte aanvankelijk; de hertog stelde zelfs een landgoed (Helba) ter beschikking. Maar alweer werd Fröbel bij de hertog van subversieve activiteiten verdacht gemaakt en het plan ging daarom niet door. Intussen had Fröbel wel een "Opvoedingsplan voor Helba" op papier gezet, waarin de opvoeding van kleuters beschreven stond.


Frobeldenkmal.jpg

Kruistocht (1844
In 1844 verschenen de "Mutter- und Koselieder". Hij ondernam een kruistocht om zijn kindertuinidee te verspreiden in heel Duitsland. Veel leerkrachten sympatiseerden Fröbels opvoedingssyteem.

Moegestreden en gestorven (1852)
Het is Fröbel nooit voor de wind gegaan. Zo gebeurde ook het volgende; Fröbel werd per vergissing voor zijn neef Carl aangehouden. Deze werd in Hamburg verdacht van socialistische sympathieën. Op last van de Pruisische regering werden alle kindertuinen in 1851 gesloten. Moegestreden stierf Fröbel op 21 juni 1852, hij is begraven in Schweina.
Zijn tweede echtgenote Luise Levin, waarmee hij in 1852 trouwde en zijn vrienden eerden hem met de volgende grafsteen: onderaan een kubus, daarop een cilinder en bovenop een bol, de tweede speelgave dus. "Ik ben een volgeling van Christus" zei hij in zijn laatste dagen, waarmee hij het atheïsme waarvan men hem beschuldigde wilde ontkennen. Fröbel had als christen geleefd. Op de eerste bladzijde van zijn "Menschenerziehung" stond als veelbetekenende opdracht het woord "Ihm" ("Aan Hem").

Historische grondslagen van ons onderwijssysteem Pedagogen uit Thüringen en hun invloed op het onderwijs in België
Friedrich Fröbel – Wilhelm Rein – Peter Petersen