De persoon Fröbel

Elise van Calcar schreef een biogragfie over Friedrich Fröbel genaamd ‘Frederik Fröbel - Hoe hij opvoeder werd en wat de kinderwereld hem openbaarde (1879)´. Hieronder enkele passages uit deze biografie, waarin sprekend naar voren komt hoe Friedrich Fröbel gevormd is in zijn jeugd. Om de leesbaarheid te verhogen, is het taalgebruik op diverse plaatsen aangepast en een aantal zaken geherformuleerd.

Het kind Fröbel
Op middelbare leeftijd herinnerde Fröbel zich nog steeds de eerste ontmoeting met zijn nieuwe moeder. Omdat hij al zo lang had gehoopt op een moederfiguur, stelde hij zich met kinderlijke tederheid open. Zijn huisgenoten waren verbaasd over de verandering van het eerst stille en in zichzelf gekeerde kind. Zijn stiefmoeder beantwoordde zijn kinderlijke toewijding met genegenheid en het kind won iedere dag aan gezondheid, kracht en opgeruimdheid. Het bloesemknopje dat eerst door de nachtvorst verschrompeld was, ontplooide zich goed onder de lentezon, het leek alsof de vrucht niet teveel was beschadigd door eerdere ervaringen. Na ongeveer een jaar was hij lichamelijk en geestelijk geheel hersteld, en er was niets meer te merken van de eerder opgelopen achterstand.hof74005.jpg

Zijn stiefmoeder
Fröbel zijn nieuwe moeder kreeg een zoon die hij in eerste instantie met veel liefde en warmte ontving. Helaas heeft zijn nieuwe moeder na de komst van de baby nog weinig oog voor Fröbel, zijn liefkozingen en aanwezigheid storen haar. Hij mag minder vaak in haar nabijheid zijn en als hij dat wel mag heeft ze meer oog voor de nieuwe baby dan voor Frederik. Ze duldt Frederik maar heeft door het zorgen en zogen nog maar weinig oog voor de bijzondere belangen en behoeften van de jonge Frederik. Hierdoor hervatte hij al weer snel zijn oude droefgeestige houding, weemoedige blik en grote stilzwijgendheid. Zijn tweede moeder was voor hem gestorven, toen zij het leven gaf aan haar eigen zoon; haar hart was te klein voor meer dan één liefde! Doordat ze Frederik met U in plaats van jou aansprak toen hij vijf jaar oud was werd de kloof steeds groter. Sindsdien voelde hij zich alleen, verstoten en verlaten, alsof hij alleen op de wereld was. De nieuwgeborene nam de aandacht en de zorgen van zijn ouders zo sterk in beslag, dat zij de oorzaak van de terugslag van Frederik niet in de gaten hadden. Ze dachten dat zijn lusteloosheid en droevig gedrag kwam door jaloersheid en dat dit niet door de vingers moest worden gezien. De stiefmoeder redeneerde dat jaloersheid een zeer lelijke karaktertrek was en dat zijn vader hem bij zijn thuiskomst dat pruilen en dromen eens met een goed pak slagen moest afleren. De thuiskomst van de vader werd van nu af aan in plaats van vreugde iets om tegenop te zien. Harde woorden en zware straffen vervingen de zonneschijn. Het was geen jaloersheid van Frederik, hij wilde alles van harte met de nieuwe baby delen en bij hem zijn. Hij wilde net als zijn broertje ook graag door zijn moeder gezien worden. Als zijn stiefmoeder de baby op schoot nam verbrak hij soms zijn stilzwijgen en vroeg haar dan of zijn gestorven moeder hem ook wel bij haar op schoot genomen zou hebben. Naast de harde woorden van zijn stiefmoeder, hoorde hij diep in zijn hart een ander antwoord. Op latere leeftijd vertelde hij dat hij het gevoel had met een onzichtbare moeder te leven, dat hij tot haar sprak en dat zij hem antwoordde. Hoe ouder hij werd, hoe meer hij van zijn echte moeder wilde weten. Alle bijzonderheden die hij van haar te weten kon komen, waren trekken van het beminnelijkste en liefderijkste karakter van een godvruchtige en aangename vrouw. Dat beeld werd dus steeds met meer heerlijkheid en liefelijkheid omstraald, waardoor hij haar in stilte vereerde. Deze verering gaf leven en warmte aan het godsdienstig gevoel, dat zich vroegtijdig bij hem ontwikkelde.


HomerSimpson46.gif
Zijn vader
Zijn vader was een Luthers theoloog van de oude stempel, die hoewel hij alle kennis en wetenschap vanuit zijn geloof weinig betekenis achtte, toch probeerde met zijn tijd mee te gaan. Hij hield er de beste tijdschriften op na, las wat er in zijn vak uitkwam en toetste zorgvuldig wat hem daarin geboden werd. Iedere morgen en avond verzamelde het gezin zich voor de huiselijke godsdienstoefening en voor Frederik waren die uren van stille zielverheffing en aanbidding heel zijn leven onvergetelijk. Al vroeg moest hij op zondag tweemaal naar de kerk gaan en hij deed het graag. Hij volgde oplettend de ernstige en mystieke preken van zijn vrome vader; niet enkel omdat hij verplicht was iets van het gehoorde te verhalen, maar omdat de sterk gekleurde en geheimzinnige beeldspraak van die voordrachten hem aantrok, en omdat hij meende daarin menige toespeling te vinden op de voorvallen van de dag en de ontmoetingen en ervaringen van zijn vader.

Frederik nam zich voor vroom en braaf te zullen worden; maar desondanks contrasteerde zijn gedrag vaak zeer met zijn voornemens. Was hij weer eens in kindgedrag vervallen dan liet zijn geweten hem niet met rust. Hij kon zijn ogen niet sluiten voor de straffen van de hel, die ongetwijfeld zijn deel moesten worden.

Wat hem het meest deed struikelen was zijn rusteloze zucht tot bezigheid en onderzoek, zijn begeerte om de dingen te leren kennen. En omdat zijn moeder geen begrip had voor de behoeften van een kind van zijn leeftijd gaf ze hem ook geen speelgoed, materiaal of voorwerpen die bij zijn leeftijd pasten. Hij mocht nergens aankomen. "Overal afblijven de boel niet omhalen" was haar leus.


Zijn vader kon zich weinig met hem bezig houden. Net als zijn stiefmoeder konden zijn broertjes dat gemis niet vergoeden. Integendeel, zoals Frederik de lieveling van zijn eigen broers was geweest (die het huis al hadden verlaten), zo was hij voor de nieuwe broers de steen des aanstoots. De onderdrukking maakte dat hij zo nu en dan uitbarstte. Frederik ging dus, als hij los kwam, ondanks zijn stilzwijgendheid en schuwheid, alle perken te buiten. Hij had een zeer levendig en prikkelbaar temperament en daardoor werd hij ook nog eens vaak gezien als veroorzaker van alle onrust in het huis. Alles wat hem vermaakte of wat hem bezigheid gaf moest hij aan hen afstaan en weer was het wachtwoord: "Stil zijn en nergens aankomen". Dit was echter even goed als alles tot de begeerlijke verboden vrucht te maken. De lust om alle voorwerpen, die hem omringden van nabij te bezien en te betasten werd ontzettend geprikkeld door die gestadige strijd van alles afnemen en weer opbergen. Deze geheel ongestuurde lust om alles te leren kennen, open te maken en van zijn plaats te halen, stortte hem in alle mogelijke kinderrampen en deed hem alles bederven, wat onder zijn bereik kwam. Geen straf, geen bedreiging hoe zwaar ook, waren in staat zijn ondoofbare aandrift tot werkdadig onderzoek te beteugelen. Zijn ouders zagen in deze onweerstaanbare aandrift niets anders dan opzet en boosheid. Ze zagen niet dat het levendige en opmerkzame kind in zijn enge opsluiting wel tot het onderzoek van zijn naaste omgeving gedwongen was.



De jongman
Van zijn stiefmoeder mocht hij niet doelloos rondhangen en hij moest gaan leren. Hij moest beginnen aan het boek waar hij totaal geen belangstelling had: het 474px-ABC_alphabet_book.jpgabc-boek. Hij kon met dit boek niet overweg en het duurde een lange tijd voordat hij leerde lezen. Zijn vader vond hem dom en besloot dat verder onderwijs voor hem geen zin had en daarom kon hij wel naar de gewone dorpsschool. Het schijnt dat ds. Fröbel zijn redenen heeft gehad om zijn kleine, vreemdsoortige Frederik niet op de gewone jongensschool maar op de meisjesschool te plaatsen, waar hem wederom afzondering en buitensluiting wachtte. Hoe dom Frederik door zijn omgeving ook gevonden werd, de meester stond verbaasd over zijn grote kennis van de Bijbelse geschiedenis. De kerk en school werkten gezamenlijk aan de zedelijke en godsdienstige vorming van de leerlingen. De schoolkinderen hadden afzonderlijke plaatsen in de kerk, waar zij door iedereen gezien konden worden, en moesten regelmatig naar de kerk komen en daar zedig en stil aanwezig zijn. Zij moesten op maandag in de school verslag doen van wat ze in de kerk hadden gehoord en ook moesten zij de hun opgegeven liederen opzeggen.



image001.jpgDe student
Frederik’s broer Traugott, die in Jena voor arts studeerde, had zijn vader geld om gevraagd. Frederik moest het geld brengen. In Jena meende hij in een voorhof des hemels te zijn. Alles wat hij hier zag en hoorde had zijn belangstelling en nieuwsgierigheid. Blijven was zijn enige wens en zijn broer besloot hem bij zich te houden en aan zijn vader te schrijven dat hij die tijd nuttig en doelmatig werkzaam zou kunnen zijn. Frederik bleef in Jena, voornamelijk om daar lessen in het typografisch tekenen te voltooien, wat hij door eigen oefening al had aangeleerd.

Met de invallende vakantie keerde hij met zijn broer huiswaarts.
Zijn vader wilde hem de toestemming wel geven om te gaan studeren, maar bleek hiervoor het geld niet te hebben. Ook broer Christiaan moest studeren, maar die geloofde dat de studie meer aan Frederik dan aan hem besteed zou zijn. Christiaan stond zijn hele vooruitzicht en toekomst aan Frederik af, en besloot zich aan de industrie te wijden en fabrikant te worden, waarin hij ook gelukkig slaagde.

Frederik bezat nog een gering kapitaaltje van zijn moeder wat niet helemaal toereikend zou zijn en omdat hij nog minderjarig was, raadpleegde hij zijn oom en voogd. Toen deze zijn voornemen goedkeurde, ging hij nog in datzelfde jaar 1799 als student naar Jena. Frederik stond ingeschreven als student in de filosofie, maar hij bezocht meer de colleges voor wiskunde, mineralogie, botanie, natuurlijke historie, fysica en chemie, de bouwkunst en alles wat hem als econoom maar nuttig leek. Sommige colleges vielen hem echter tegen, gebrek aan een goede methode ergerde en vermoeide hem. Het hinderde hem vooral bij de toegepaste wiskunde en de proefondervindelijke natuurkunde. Meer voldoening vond hij in de lessen scheikunde, plantenkunde en dierkunde. Bij de beoefening van de mineralogie ontdekte Frederik hoe weinig zijn oog geoefend was en hoe gebrekkig hij had leren zien. Zijn ogen waren volmaakt gezond maar hij had ze niet tot snelle en nauwkeurige onderscheiding leren gebruiken. Hij zag niet direct wat hij zag; de waarneming kwam niet snel en juist genoeg tot zijn bewustzijn. Dit heeft hem aangespoord om later de kinderen toch vroegtijdig onder gepaste leiding goed te leren zien.

Hoe afgezonderd en onopgemerkt hij ook in Jena leefde, toch had hij de aandacht getrokken van enige natuurkundigen, die twee wetenschappelijke gezelschappenimage002.jpg wensten op te richten, en zij vroegen hem, hen daarbij behulpzaam te zijn. Hij bezocht alleen de colleges en zijn broer Traugott, van wie de studie ten einde liep en die nog slechts een jaar te Jena bij hem bleef. Aangezien Traugott geen ruime beurs had, was de komst van Frederik hem zeer welkom. Frederik leende hem de grootste helft van zijn geld. En een samenloop van omstandigheden maakte het Traugott onmogelijk hem bij zijn vertrek het geld terug te geven. Dit bracht Frederik in moeilijkeheden. Hij beperkte zijn behoeften echter op een ongelooflijke wijze om geld en tijd te rekken. Hij wist dat vader nog wel een beetje geld had en mogelijk dat zijn oom hem te hulp zou komen. Beiden hielpen hem niet, maar Frederik bleef in Jena. Daar had hij veel last van zijn schuldeisers. Zijn ongeduldigste schuldeiser was zijn kok, die van geen uitstel wilde horen en deze had voor een bedrag van ruim dertig daalders Frederik al een paar keer door de Senaat laten aanmanen. Dit maakte hem zo bang dat hij nauwelijks meer buiten de deur kwam. Toen de kok zich zonder resultaat tot zijn vader had gewend, besloot deze Frederik in de schuldgevangenis te laten plaatsen.
bron