Het denken van Fröbel

Passie
Fröbel werd gevraagd om drie kinderen van een adellijke familie op te voeden. Tijdens deze taak ontdekte hij zijn passie voor de pedagogiek. Hij leerde Pestalozzi kennen en van _lit004200601ill79.gifhem leerde hij hoe men als opvoeder met kleuters om kon gaan. Op den duur ontwikkelde Fröbel zijn eigen ideeën over opvoeden. Fröbel hechtte net zoveel waarde aan de natuurwetten als Pestalozzi. Kinderen moesten opgroeien in een natuurlijke omgeving en deden aan handenarbeid. Ook kregen ze voldoende lichamelijke beweging. Op deze manier konden de kinderen zich individueel ontwikkelen. Een pedagoog moest volgens Fröbel de kinderen in hun ontwikkeling volgen en ondersteunen. Een kind zou op die manier in harmonie met zichzelf komen en in evenwicht met zichzelf en zijn omgeving zijn.



Het jonge kind
De opvoedingsleer van Fröbel had niet alleen betrekking op de ontwikkeling van kleuters, maar betrof de vorming van hoofd en hart vanaf het vroegste begin. Een concept dat centraal stond was dat van de “macht der eerste indrukken”. Hier werden zowel de eerste opvoeding als de macht van de opvoedster als erg belangrijk beschouwd. Fröbel begon te beseffen dat de voorschoolse huiselijke opvoeding veranderd moest worden en dus ontwikkelde hij een opvoedingsmethode voor kleuters. Fröbel vond dat elk mens, voor hij of zij in de conventionele vorm van het onderwijs terecht komt, eerst de kans moet krijgen om zichzelf te worden. De periode tot zeven jaar was voor hem de periode dat een kind zichzelf leert zijn, maar ook de periode waarin de opvoeders het kind leren kennen. Een vriendelijke kindertuin moet de eerste opvang zijn. Waar kinderen tot zeven jaar aan de hand van volwassenen mogen zoeken en vinden, zelf ontdekken en uitvinden, maar vooral met eigen hand kunnen werken en creëren. Door deze jonge kinderen samen te brengen zouden zij enerzijds een hoger sociaal gevoel ontwikkelen en anderzijds samen kunnen spelen op die plaatsen waar ze het meest spontaan konden zijn, namelijk in de natuur. Fröbel zag het spel als de hoogste trap voor de ontwikkeling van het kind. Eerst alleen om te bewegen, daarna om na te bootsen en vervolgens om iets nieuws te scheppen. Volgens Fröbel gaf het spel vrijheid, tevredenheid en rust. Door het doen komen kinderen tot ontwikkeling, krijgen ze energie en worden ze enthousiast door de constatering dat zij zelf iets kunnen maken. Met behulp van natuurlijke spelmaterialen raken kinderen vertrouwd met getal en vorm, grootte en kleur en bereiden zij zich voor op rekenen en schrijven. Zo leert een kind op den duur dat het op allerlei gebieden zelfstandig bezig kan zijn.



578.jpgSpelend leren
Bij het waarnemen van de natuurlijke bewegingen en spelactiviteiten van de kinderen, leerde Fröbel hoe ze spelenderwijs heel wat dingen leerden. Door deze waarneming ontwikkelde hij het idee dat spelen niet als hersenloos tijdverdrijf kon worden beschouwd, iets wat veel van zijn tijdgenoten wel op die manier omschreven. Door de spelen die hij hiervoor ontwikkelde, zouden het gevoel, het denken en de kennis, de fantasie, creativiteit en motorische vaardigheden van het kind geactiveerd worden. Volgens Fröbel was spelen dan ook van vitaal belang. Een groot inzicht van Fröbel was om het belang van de activiteit van het kind in het leren te erkennen.
De belangrijkste ontwikkelingselementen bij jonge kinderen waren volgens Fröbel:
  • een plezierige leeromgeving
  • eigen activiteiten van de kinderen
  • lichamelijke beweging



Fröbel zijn onderwijstheorie
In Fröbel zijn onderwijstheorie ging hij uit van een geloof in goddelijke eenheid in de natuur, waarbij hij geestelijke training toepast als een fundamenteel principe. Onderwijs moest leuk en een creatief en dynamisch proces zijn. Hierbij moeten alle aspecten van de persoonlijkheid samen worden ontwikkeld, sociaal, moreel, esthetisch, spiritueel en wetenschappelijk. Mede door Fröbel is de basis voor het moderne onderwijs gebaseerd op de erkenning van het idee dat kinderen unieke behoeften en mogelijkheden hebben.

Wellicht is de aandacht die Fröbel had voor jonge kinderen nog wel belangrijker geweest dan zijn ideeën zelf. Zijn methodische aanpak heeft de pedagogiek mede gevormd.